Van zorggegevens tot dataset

Beschrijving proces van zorggegevens tot dataset

  • Huisartsenpraktijken hebben of krijgen via een inlogstructuur toegang tot het VIPLive portaal van Calculus/Proigia; de huisartspraktijk zorgt ervoor dat de data vanuit het eigen HIS ieder kwartaal worden geüpload naar Calculus/Proigia. Dit is heel eenvoudig en kost niet veel tijd;

  • Na deze upload wordt de huisartsenpraktijk gevraagd om ieder kwartaal deze geüploade data door te leveren aan de AHON-database; dit kan door in het VIPlive portaal op de ‘AHON’-knop te klikken; daarmee wordt het proces om de data te pseudonimiseren en door te leveren aan het AHON in gang gezet. Ook deze handeling is gemakkelijk en vraagt weinig tijd.

  • Om ervoor te zorgen dat de verschillende uploads in een longitudinale database aan elkaar kunnen worden gekoppeld, zorgt Calculus/Proigia ervoor alle patiënten een uniek patiëntennummer krijgen. Dit nummer bestaat uit een combinatie van cijfers en letters; met behulp van deze software krijgt dezelfde patiënt bij een volgende upload hetzelfde unieke patiëntennummer. Dit unieke patiëntnummer wordt ook gebruikt voor terugrapportages naar de praktijk, bijvoorbeeld voor spiegelinformatie.

  • Ook de huisarts kan, na decryptie (het weer leesbaar maken van vercijferde gegevens door gebruik te maken van een cryptografische sleutel), zijn patiënten terugvinden in het HIS. Hiermee identificeert de huisarts de patiënten waarover hij een terugrapportage ontvangt. De decryptie-sleutel wordt beheerd door de huisarts; Calculus/Proigia en het AHON-team hebben geen toegang tot niet-versleutelde persoonsgegevens.

  • Om ervoor te zorgen dat de zorggegevens van ‘databaseweigeraars’ niet worden doorgeleverd aan het AHON, voeren de huisartspraktijken de HIS-nummers van de betreffende patiënten in het VIPLive portaal in; de gegevens worden dan niet doorgeleverd aan zowel ZorgTTP als het AHON.

  • Calculus/Proigia genereert unieke patiëntnummers en ZorgTTP maakt op basis van geëncrypte persoonsgegevens verschillende (onderzoek)pseudoniemen aan. Deze pseudoniemen kunnen worden gebruikt voor koppelingen met andere externe databronnen, zoals de Lifelines-database.

  •