“Stop met het sentimentaliseren van het samen zorgen”

Zorgen voor je partner of ouder voelt soms gewoon als moeten. En daar kun je je als echtgenoot of kind dan weer flink schuldig over voelen. Prof. dr. Marian Verkerk drukt zorgverleners in de ouderenzorg op het hart om vooral ruimte te geven aan deze schurende gevoelens van familie. “Ik denk dat dit nu nog een taboe is, dat veel familieleden hier niet voor uit durven te komen.”

Verkerk is hoogleraar Zorgethiek en voorzitter van de Leidende Coalitie Patiëntparticipatie in het UMCG. Ze sprak 23 januari 2019 op het symposium van het UNO-UMCG over de schuurpunten die cliënt- en familieparticipatie met zich kunnen meebrengen. 

Twee werelden
“Bij familieparticipatie in de zorg zie je dat twee werelden bij elkaar moeten komen. Als je volop in het leven staat, doe je alles ‘even tussendoor’. Je rent bijvoorbeeld even snel de supermarkt in en uit. Als je langdurig zorg nodig hebt, raak je dat ‘even’ kwijt. Boodschappen doen wordt een excursie. Ik denk dat het nog een taboe is om als familie te zeggen: ‘Jouw ritme van het leven is zo anders dan het mijne, ik hou dit niet meer vol.’ Dat gaat vaak gepaard met gevoelens van schaamte, schuld en falen.”

Opluchting
Zorgen voor een ander wordt door politiek en maatschappij vaak voorgespiegeld als iets moois en iets goeds, iets dat je eigenlijk gewoon hóórt te doen als mens. Verkerk: “Ik pleit ervoor om te stoppen met het sentimentaliseren van het samen zorgen. En te erkennen dat het soms gewoon voelt als moeten. Het mógen zeggen dat je het zwaar vindt en ruimte krijgen voor deze schurende gevoelens is voor familie vaak al een enorme opluchting. Ik hoop dat zorgverleners die ruimte geven. Samen zorgen zal voortdurend geven en nemen zijn.”

Eigenheid
Passende, persoonsgerichte zorg bieden begint volgens Verkerk met het in kaart brengen van het levensverhaal van de oudere. Hoe zag en ziet zijn leven eruit, wat doet hij graag, wat juist niet, waar houdt hij van? “Dat kan in de zorg wel eens schuurpunten opleveren. Bijvoorbeeld tussen veiligheid en vrijheid. Ik ken het verhaal van een vrouw die altijd graag rookte in bed. Met instemming van de familie kon ze dit blijven doen, maar uiteindelijk is het heel erg mis gegaan. Maar was het niet ook heel erg mis gegaan als haar was verboden om in bed te roken? Wat had ze dan aan eigenheid moeten inleveren? Dat moeten we onszelf voortdurend blijven afvragen.”

Vreemde diersoort
“Cliëntparticipatie is niets meer dan: zien wie de mens is op dat moment. Sommigen doen alsof ouderen een vreemde diersoort zijn die we nog moeten leren kennen. Maar ouderen zijn natuurlijk gewoon mensen zoals wij. Ik pleit ervoor om vooral uit te gaan van wat wij zelf zouden willen als we eenmaal oud zijn en zorg nodig hebben. Het gaat immers ook over ons; wij willen als we oud zijn ook ons eigen leven blijven leven.”

Verlies van thuis
Verkerk vervolgt: “Ik kan wel eens wakker liggen van de gedachte dat er aan mijn thuis wordt gemorreld als ik langdurige zorg nodig zou hebben. Mijn huis is mijn thuis, een spiegel van mijn ‘zelf’. Daar ben ik veilig, daar voel ik mij geborgen, daar komt niemand in als ik het niet wil. En dan word ik ineens verplaatst naar een huiskamer die niet mijn huiskamer is, want mijn spullen staan er niet en iedereen kan er zomaar in- en uitlopen. Een oudere verliest niet alleen zijn eigen huis, hij verliest zijn thuís. Ook dat zijn gevoelens waar in mijn ogen ruimte en begrip voor moet zijn.”