Omgaan met klachten, calamiteiten en procedures

Omgaan met (gerechtelijke) klachten, calamiteiten en civielrechtelijke, strafrechtelijke, tuchtrechtelijke klachten of procedures

Juridische positie

Aios en opleider vallen onder de Wet klachtrecht cliënten zorgsector. De opleider draagt de professionele verantwoordelijkheid voor de inhoud van de zorg door de aios, ex Wet Geneeskundige Behandelings Overeen­komst (WGBO). Zie ook artikel C.5. van het Kaderbesluit CHVG.

Omgaan met klachten, calamiteiten[1] en civielrechtelijke, strafrechtelijke, tuchtrechtelijke klachten of procedures door aios en opleider

Zowel aios als opleiders hebben een overeenkomst met het opleidingsinstituut getekend, waarin zij verklaren zich te zullen houden aan hetgeen is bepaald in het instituutsreglement van Huisarts­oplei­ding UMCG.  Zie artikelen 7 sub 2 en artikel 9 sub 6 van het regle­ment, waarin onder meer staat dat aios en op­leider verplicht zijn klachten, calamiteiten en onderzoek door externe instanties betreffende de in de opleidings­praktijk geleverde patiëntenzorg te melden aan het hoofd van het opleidings­instituut. Dit betreft ook het werk op een dokterspost.

Indien er sprake is van een klacht tegen de aios, een calamiteit en/of onderzoek door externe instan­ties betreffende de in de opleidings­praktijk geleverde patiëntenzorg dient de aios het hoofd van het opleidingsinstituut hiervan op de hoogte te brengen. De aios informeert ook de opleider en de groeps­begeleiders. Bij een klacht tegen de aios dient de opleider altijd bij de behandeling daarvan te worden betrokken. Enerzijds omdat de opleider de eigenlijke zorgaanbieder is, anderzijds omdat hij medeverant­woorde­lijk kan zijn voor het handelen van de aios. De opleider draagt zorg voor de begeleiding van de aios, zowel voor wat betreft de juridische afhandeling als de emotionele aspecten van het gebeurde.

Indien er sprake is van een klacht tegen de opleider, een calamiteit en/of onderzoek door externe instanties betreffende de in de opleidings­praktijk geleverde patiëntenzorg (ook wanneer de aios hierbij niet rechtstreeks betrokken is) dient de opleider het hoofd daarvan op de hoogte te brengen. Het hoofd brengt vervolgens de coördinator opleiders op de hoogte. De opleider informeert ook de eigen aios en de groeps­be­ge­leiders, tenzij de privacy dit niet toelaat.

Uiteraard dienen aios of opleider bovengenoemde situaties ook altijd te melden aan de zorg­instel­ling, volgens de vigerende procedures. Aios en opleider zijn altijd welkom om in geval van twijfel of behoefte aan overleg met het opleidingsinstituut contact met het hoofd op te nemen.

Rol SBOH

De werkgeversaansprakelijkheid voor de aios ligt bij de SBOH als werkgever van de aios. Als zich aansprakelijkheidstelling jegens een aios voordoet, dan dient de aios contact op te nemen met de SBOH en met de VvAA, waarmee de SBOH een beroepsaansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten.

Rol opleidingsinstituut

Als een groepsbegeleider of ander staflid kennis neemt van calamiteiten en civielrechtelijke, strafrechtelijke, tuchtrechtelijke klachten of procedures die de opleidingspraktijk betreffen, dan wijst hij de aios en opleider op de meldingsplicht aan het hoofd van het instituut. Ondernemen de aios of de opleider geen actie, dan heeft de groepsbegeleider/staflid zelf een meldingsplicht.

De groepsbegeleider(s) van de aios (en eventueel de opleider) draagt er zorg voor dat aios en opleider het gebeurde op zorgvuldige wijze, met oog voor de privacy van alle betrokkenen en de juridische context, inbrengen in de opleidingsgroep ten behoeve van het leerproces van de aios (en opleider) zelf en diens groepsgenoten.

Het hoofd van de huisartsopleiding ziet toe op een zorgvuldige begeleiding in geval van boven­genoemde situaties. Niet alleen is ieders juridische positie in het geding, maar ook het waarborgen

van een veilige en effectieve opleidingssituatie voor aios en opleider. Het opleidingsinstituut draagt daarvoor verantwoordelijkheid, naast de eigen verantwoordelijkheid van aios en opleider.

Het hoofd gaat na of de regels en afspraken duidelijk zijn, of de verantwoorde­lijk­heden en taken van aios en opleider helder zijn en of de begeleiding van aios en opleider adequaat is geregeld. Indien de opleider zelf niet in staat is de aios adequaat te begeleiden dan neemt het opleidingsinstituut deze verantwoordelijkheid over.

Het is van groot belang om in bovengenoemde situaties zorgvuldig om te gaan met alle betrokkenen: Het hanteren van hoor en wederhoor alvorens conclusies te trekken dan wel acties te ondernemen is daarbij essentieel.

  


[1] Een calamiteit is een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van de zorg en die tot de dood van of een ernstig schadelijk gevolg voor een patiënt of cliënt van de instelling heeft geleid (definitie volgens de kwaliteitswet Zorginstellingen). Op de site van de KNMG staat hoe zorgaanbieders daarmee om moeten gaan.