Visies op passende zorg | Symposium UNO-UMCG

‘Zorg op maat’ wil iedereen, maar hoe doe je dat? Hoe krijg je zicht op wensen en verwachtingen, hoe ga je daar mee om, welke morele dilemma’s kom je tegen? Cliëntparticipatie en Probleemgedrag waren woensdag twee belangrijke thema’s op het volgeboekte UNO-UMCG-symposium ‘Passende zorg, hoe dan?’. Een rondje langs de sprekers.

CLIËNTPARTICIPATIE

“Ruimte krijgen voor schurende gevoelens kan enorm opluchten”

Prof. dr. Marian Verkerk, hoogleraar Zorgethiek en voorzitter van de Leidende Coalitie Patiëntparticipatie in het UMCG over familieparticipatie:

“Zorgen voor een ander wordt door politiek en maatschappij vaak voorgespiegeld als iets moois en iets goeds, iets dat je eigenlijk gewoon hóórt te doen als mens. Ik pleit ervoor om te stoppen met het sentimentaliseren van het samen zorgen. En te erkennen dat het soms gewoon voelt als moeten. Ik denk dat dat nu nog een taboe is, dat veel familieleden hier niet voor durven uitkomen. Het mógen zeggen dat je het zwaar vindt en ruimte krijgen voor deze schurende gevoelens is voor familie vaak al een enorme opluchting. Ik hoop dat zorgverleners die ruimte geven. Samen zorgen zal voortdurend geven en nemen zijn.”

Lees het interview met prof. dr. Marian Verkerk >

“Een oudere zít niet in het verpleeghuis, hij wóónt er”

Fokko van der Laan, onder meer lid van de poule van cliëntvertegenwoordigers van het UNO-UMCG en van de themagroep Eerstelijns ouderenzorg:

“Als cliëntvertegenwoordiger is mijn doel om ervoor te zorgen dat cliënten serieus worden genomen, dat ze menswaardig en respectvol worden behandeld en dat de kreet ‘Zo lang mogelijk thuis wonen’ niet gebaseerd is op ‘zo lang mogelijk thuis moéten zijn, maar op ‘zo lang als het kan’. Als de hulpvraag te groot wordt, moet het thuis wonen niet mensonwaardig worden. En als eenmaal de fase van het verpleeghuis is aangebroken, dan is het voor zorgverleners belangrijk om te beseffen: “Een oudere zít niet in het verpleeghuis, hij wóónt er. Het laatste is een fundamenteel andere benadering dan het eerste.”

“Cliëntvertegenwoordigers hebben unieke ervaringskennis om onderzoek te verbeteren”

Elleke Landeweer, onderzoeker Zorgrelaties van het UNO-UMCG en projectleider Cliëntparticipatie:

“In december hebben we een poule opgericht van cliëntvertegenwoordigers. Doel is om de stem van cliënten mee te nemen in onderzoeken en verbeterprojecten van het UNO-UMCG. Cliënten en hun vertegenwoordigers hebben unieke ervaringsdeskundigheid, waardoor zij onderzoek verder kunnen helpen en kwalitatief kunnen verbeteren. Bovendien: onderzoek gaat veelal over cliënten, dus hebben ze ook het recht om mee te praten over wat er op het gebied van onderzoek gebeurt. Omdat mensen met dementie daar vaak zelf niet meer toe in staat zijn, vragen we het hun vertegenwoordigers. Zij kunnen onderzoeksvragen signaleren die in de praktijk leven en we nodigen hen uit om feedback te geven op onderzoeksplannen: zijn ze bijvoorbeeld zinvol, haalbaar en ethisch verantwoord? Ook kunnen ze wellicht ondersteunen bij de implementatie van onderzoeksresultaten.”

“Alert zijn op spraakverwarring bij cliëntparticipatie”

Akkie Bootsma, directeur ZINN Gezondheidszorg en voorzitter themagroep Eerstelijns ouderenzorg over cliëntparticipatie in onderzoek:

“Sinds een paar maanden hebben we in onze themagroep een cliëntvertegenwoordiger. De meerwaarde daarvan werd al snel duidelijk. Onder meer dat we alert moeten zijn op spraakverwarring. We hadden het in onze themagroep bijvoorbeeld over ‘acute zorg’. De zorgverleners in onze themagroep dachten daarbij aan medische zorg, dus 112, dokterswacht en dergelijke. Maar de cliëntvertegenwoordiger dacht aan een acute hulpvraag, in de zin van 'het gaat thuis niet langer, we hebben nú echt hulp nodig'. Het is van belang om ons steeds bewust te zijn van verschillende gezichtspunten.”

PROBLEEMGEDRAG

“Themagroep Probleemgedrag ontwikkelt blauwdruk voor gedragsvisite”

Prof. dr. Sytse Zuidema, hoogleraar ouderengeneeskunde en dementie van het UMCG en voorzitter UNO-UMCG over onbegrepen gedrag bij ouderen met dementie:

“Bij probleemgedrag kom je er vaak niet 1-2-3 achter waar het gedrag door ontstaat. Als we meer zicht krijgen op de factoren die invloed hebben op gedrag, dan kunnen we probleemgedrag ook beter voorkomen en behandelen. Daarom doen we daar in het UNO-UMCG veel onderzoek naar. We onderzoeken bijvoorbeeld de invloed van pijn, jeuk en geluiden in de leefomgeving op het gedrag. Verder is het van belang om het probleem helder in beeld te hebben. Een gedragsvisite is een mooie manier om in de praktijk alle inzichten te verzamelen. Zorgverleners, psycholoog en dokter gaan dan samen met de familie om de tafel zitten om te bespreken welk gedrag zij waarnemen en wat de oorzaak kan zijn. In een aantal verpleeghuizen zijn al gedragsvisites. In de themagroep Probleemgedrag inventariseren we de ervaringen en ontwikkelen we een blauwdruk voor de gedragsvisite.”

“Mensen met dementie kunnen geluiden niet meer filteren”

Silke Voet, psycholoog Icare en betrokken bij het Mosart-onderzoek naar de invloed van geluid op het gedrag van mensen met dementie:

“Samen met verzorgenden en verpleegkundigen hebben we de geluidsomgeving op de afdeling onderzocht. Dat deden we met een app die ons vroeg om stil te staan bij wat we hoorden. Als je er goed op let, hoor je ineens allerlei geluiden die wij zelf niet meer waarnemen. Een koelkast, een airco of een deur die dichtslaat maakt bijvoorbeeld vrij veel lawaai. Wij kunnen die geluiden wegfilteren, maar bewoners met dementie kunnen dat niet meer. Bij hen komt alles even luid binnen. Het minste dat we voor deze mensen kunnen doen is een veilige leefomgeving creëren. Van harde geluiden kunnen ze hevig schrikken en dat willen we natuurlijk liever niet. Het onderzoek heeft ons bewust gemaakt van het belang van prikkeldosering en de invloed van geluid. Met een aantal kleine veranderingen in de woonkamer van de bewoners hebben we harde geluiden kunnen reduceren."

Lees meer over het geluidsonderzoek (Mosart) >

“Mensen met dementie kunnen vaak niet aangeven dat ze pijn hebben”

Frank Jilesen, specialist ouderengeneeskunde TriviumMeulenbeltZorg en lid van de themagroep Pijn en comorbiditeit:

“Pijn kan een oorzaak van probleemgedrag zijn. Mensen met dementie kunnen vaak niet meer goed aangeven dat ze pijn hebben. In samenwerking met onderzoekers is er een pijnschaal ontwikkeld waarmee verzorgenden en verpleegkundigen pijn kunnen herkennen. Dat gebeurt aan de hand van gezichtsuitdrukkingen, lichaamsbewegingen en verbale uitingen van pijn. Door met de pijnschaal te werken, ga je beter kijken en word je je bewuster van signalen van pijn. Je leert je cliënt ook beter kennen. Als je weet dat iemand last heeft van zijn rug, dan kun je daar in de verzorging rekening mee houden. Ik zie het gebruik van de pijnschaal als een belangrijke investering in goede zorg.”

Lees meer over de pijnschaal >