Toename aantal medewerkers met burn-out en depressieve klachten

Een derde van de medewerkers die voor besmette bewoners zorgden kampt met burn-out en depressieve klachten. Dit blijkt uit de enquête tijdens het tweede meetmoment van het onderzoek over de gezondheid en het welzijn van verpleeghuismedewerkers tijdens de coronapandemie. Een onderzoek dat wordt uitgevoerd door het Universitair Netwerk Ouderenzorg UMCG (UNO-UMCG) en Universitair Netwerk voor de Care sector Zuid-Holland (UNC-ZH). Bij de eerste enquête had één op de vier medewerkers in deze groep  burn-out klachten. De enquête is op beide meetmomenten ingevuld door circa 1700 medewerkers van tien grote zorgorganisaties met meerdere locaties verdeeld over heel Nederland.

Het onderzoek onder verpleeghuismedewerkers, bestaat uit drie onderdelen op drie meetmomenten: een medewerkers-enquête, een analyse van ziekteverzuimcijfers over 2019 en 2020 en een inventarisatie van de corona-maatregelen in verpleeghuizen. De resultaten van het tweede meetmoment, dat plaatsvond tussen oktober en december 2020, zijn inmiddels bekend.

Medewerkers enquête
De medewerkers enquête bestond onder andere uit vragen over de ervaren werkstress tijdens corona en over burn-out en depressieve klachten. Zorgwekkend is dat een derde van de medewerkers die voor besmette bewoners zorgden bij het tweede meetmoment aangeeft met burn-out (31%) en depressieve klachten (27%) te kampen. Bij medewerkers zonder direct contact met besmette bewoners liggen deze percentages lager (burn-out 22% en depressieve klachten 21%). Energievreters zoals een hoge werkdruk, aangrijpende emotionele situaties en het moeten nemen van moeilijke beslissingen geven extra belasting en werkstress. En kunnen uiteindelijk resulteren in mentale gezondheidsproblemen. De groep medewerkers die voor besmette bewoners heeft gezorgd geeft in de vragenlijst aan vaker last te hebben van deze energievreters. Energievreters zijn te compenseren met energiegevers zoals een goede werksfeer en goede samenwerking- en steun vanuit leidinggevenden en collega’s. Er is tussen beide groepen echter geen verschil in energiegevers gevonden.

Ziekteverzuim
Wanneer we naar het gemiddelde verzuim van alle deelnemende organisaties tussen september 2020 en december 2020 kijken, zien we dat het verzuim met 1% is gestegen van 7.5% in 2019 naar 8.5% in 2020. Deze toename verschilt per regio. In West- en Zuid-Nederland, waar in het voorjaar veel besmettingen zijn geweest, is het verzuim hoog. Opmerkelijk is dat het gemiddelde verzuim, van de organisaties in Noord-Midden Nederland, licht stijgt van september 2020 tot december 2020. Mogelijk heeft dit te maken met de oplopende besmettingscijfers in Noord-Midden Nederland vanaf eind september.

Corona maatregelen in verpleeghuizen
Op basis van de inventarisatie van de coronamaatregelen op het gebied van ondersteuning van personeel (binnen elke organisatie) is een overzicht van ‘best practices’ gemaakt. Dit overzicht kunnen organisaties gebruiken om de problemen die zich voordoen in de organisatie te verhelpen. Opvallend is dat sommige organisaties hun (psychosociale) ondersteuning proactief aanbieden en sommige passief. Het effect hiervan is echter nog niet duidelijk en zal moeten blijken uit het volgende meetmoment.

Vervolg
Ook bij het tweede meetmoment heeft iedere deelnemende organisatie een gepersonaliseerd advies ontvangen. De resultaten van de enquête geven de organisaties inzicht in factoren die stress bij hun medewerkers veroorzaken. Dit biedt hen de mogelijkheid om in de toekomst hierop beter in te spelen. Met behulp van het overzicht van de ‘best practices’ op het gebied van ondersteuning van personeel kunnen de organisaties acties uitzetten op de onderdelen van de vragenlijst waar de medewerkers minder goed op scoren.

De derde ronde van het onderzoek is inmiddels gestart en eindigt begin april. We verwachten de resultaten hiervan in mei te kunnen rapporteren. Hierna zal ook het verloop van de resultaten over de drie meetmomenten uitgebreid in kaart worden gebracht.

Klik hier voor het factsheet van resultaten van de tweede meting