Symposium UNO-UMCG: eerstelijns ouderenzorg door verschillende brillen

Eerstelijns ouderenzorg kun je bekijken door meerdere brillen. Dat bleek 6 december wel tijdens het symposium ‘OOST WEST THUIS BEST?’ van het UNO-UMCG, in een bomvolle zaal in MartiniPlaza. Een korte terugkoppeling van de plenaire sprekers.

Bekijk hier de eerste foto's van het symposium >

Bekijk de conference van Ernst van der Pasch > 

Ernst van der Pasch, cabaretier en huisarts:

“Behoed me voor de dag dat ik bejaard ben, behoed me voor de dag dat ik een rimpelige sukkel met een baard ben”. Met die woorden opende cabaretier én huisarts Van der Pasch het symposium. “Stel je bij elke patiënt voor dat het je moeder is, dat leren wij in de huisartsenopleiding”, vertelde Van der Pasch in een mini-conference over de eerstelijns ouderenzorg, die opgenomen is op video. Bekijk de video >

Prof. dr. Marjolein Berger, hoogleraar Huisartsgeneeskunde en hoofd afdeling Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde UMCG:

“Als huisarts raakt het me hoeveel ontreddering, onmacht en verdriet mensen kunnen voelen als het verpleeghuis in zicht komt. Het heeft mij gesterkt in de overtuiging dat als het enigszins mogelijk is, mensen zo lang mogelijk thuis te verzorgen. Daar komen gigantische uitdagingen bij kijken, die je als zorgprofessional nooit alleen kunt tackelen. Dat moeten we sámen doen. Het betekent dat de zorginrichting behoorlijk op z’n kop moet. Op dit symposium worden mogelijkheden getoond over hoe je de zorg voor thuiswonende ouderen kunt inrichten. Wat ik hoop is dat er vandaag en ook daarna veel met elkaar wordt uitgewisseld over de vraag : hoe  we het nou zo kunnen inrichten dat elke oudere de zorg krijgt  die bij hem of haar past?”

Kennisthema’s UNO-UMCGBerger, hoofd van de afdeling Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde, ging ook in  op de kennisthema’s van het UNO-UMCG voor de komende jaren: Probleemgedrag, Medicatieveiligheid, Pijn & co-morbiditeit en Zorgrelaties. En natuurlijk Eerstelijns ouderenzorg, het thema van het symposium van gisteren. Binnen deze thema’s doen we  wetenschappelijk onderzoek, dat waardevolle kennis oplevert voor de zorgpraktijk. Berger: “Het blijft niet alleen bij onderzoek doen, het UNO-UMCG ondersteunt ook bij de overdracht van deze kennis naar de zorgprofessionals op de werkvloer.” presentatie Marjolein Berger

Prof. dr. Robbert Huijsman, programmaleider Dementiezorg voor elkaar:

“Door mijn werk heb ik contacten in alle hoeken van de dementiezorg, maar toen mijn vader kampte met Parkinson, Dementie en er ook nog eens een CVA overheen kreeg, kreeg ik de juiste zorg voor hem maar niet geregeld. We hebben het in Nederland zó ingewikkeld gemaakt. En waarom wil de urgentie van betere dementiezorg maar niet landen? Laten we bruggen slaan, over de grenzen van disciplines en systemen heen. Natuurlijk, er gebeurt van alles, de wil is er en er zijn heel veel verbeterplannen, maar het gaat zó traag…”

Kosten mantelzorg
Huijsman, van oorsprong econoom, wees ook op de kosten die ontstaan door overbelasting van mantelzorgers. “Mantelzorg wordt over het algemeen gegeven door vrouwen van 45 tot 70 jaar, waarvan de jongere vrouwen vaak een eigen gezin en een baan hebben. Overbelasting leidt vaak tot overspannenheid of ziekte bij de mantelzorger, wat weer ziekteverzuim en zorgkosten met zich meebrengt. De kosten die gepaard gaan met de huidige inzet van mantelzorg zijn enorm.” 

Casemanagement
Huijsman wees verder op verschillende modellen voor casemanagement, waarbij volgens hem steeds meer draagvlak komt voor model 1: casemanagement vanaf het moment van de diagnose. “Dat is een moeilijke boodschap, omdat het de duurste optie is, maar met casemanagement vanaf het begin kun je latere crisisopnames vaak voorkomen.” Andere manieren om dementiezorg te verbeteren zijn volgens Huijsman onder meer vroegsignalering door de huisarts en het versterken van mantelzorg. “Dat betekent aan de voorkant een enorme investering, maar netto levert dit 200 miljoen per jaar op.”  presentatie Robbert Huijsman

Piet Risselada, coördinator Steunpunt Mantelzorg van Humanitas:

“Je hebt als mantelzorger niet alleen bijna dezelfde competenties nodig als een zorgverlener. Je bent ook nog eens geen buitenstaander; als mantelzorger maak je vaak heftige emoties door omdat je je partner steeds meer verliest en je nog nauwelijks aan jezelf toekomt. Wij bieden vanuit Humanitas onder andere lotgenotencontact en merken dat mantelzorgers daar veel baat bij hebben. Ook proberen we mensen wegwijs te maken in beschikbare zorg en wetten en regelsmaken, bijvoorbeeld door te vertellen dat ze recht hebben op een casemanager. Je merkt dat de zoektocht naar hulp voor iedereen behoorlijk ingewikkeld is.

Humunitas heeft in elke wijk van Groningen een steunpunt voor mantelzorgers. Zorgprofessionals weten die steunpunten steeds beter te vinden. Als je elkaar leert kennen, worden de lijnen korter. Onze vrijwilligers kunnen bijvoorbeeld steun bieden om eenzaamheid tegen te gaan of de mantelzorger te ontlasten.”

Betty Birkenhäger, specialist ouderengeneeskunde en projectleider van het onderzoeksproject Beter thuis met dementie, dat mantelzorgers en hun partner een cursus biedt over omgaan met dementie:

“Het is heel belangrijk dat mantelzorgers worden geschoold. Het belangrijkste is dat ze weten wat dementie inhoudt. Het gedrag van iemand met dementie fluctueert: de ene dag kan de patiënt vergeetachtig, boos of heel geïrriteerd zijn en de andere dag kan het weer heel anders zijn. Als je als mantelzorger niet weet dat dat bij dementie hoort, kunnen er grote problemen ontstaan.”  

“In de zorgverlening ontstaan er geregeld misverstanden tussen zorgverleners onderling, bijvoorbeeld tussen huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde. Ze zijn vaak niet bekend met elkaars werkwijze en ondersteunende regelgeving. Er zijn wat dat betreft nog wel wat hobbels te nemen, maar er gebeuren ook al veel mooie dingen. Zorgverleners weten elkaar toch steeds beter te vinden. Terwijl hun bazen niet bij elkaar over de vloer komen, zitten zij al wekelijks met elkaar om de tafel.” Presentatie Beter Thuis met Dementie

Renate Groenewold, wijkverpleegkundige bij TSN Thuiszorg en betrokken bij de Groninger Zorgstandaard Integrale Ouderenzorg (GZIO), een praktische werkstructuur in de eerste lijn voor de zorg aan kwetsbare ouderen:

“Je merkt vaak dat er onbegrip is vanuit de mantelzorgers, zeker in het begin. Het is een wankel evenwicht tussen begripvol zijn en onbegrip: ‘Doe je dat nou expres? Gisteren wist je alles nog en nu doe je ineens je rok omhoog?’

In de samenwerking met andere zorgverleners komt steeds meer verbetering. Vooral als we best practices blijven delen. Dan zie je dat het allemaal niet zo ingewikkeld hoeft te zijn. Ikzelf ga bijvoorbeeld elke maandag naar een huisartsenpraktijk in Beijum. In een half uurtje bespreken we alle gezamenlijke cliënten. Dat werkt perfect! Niks langdradig MDO, maar snel schakelen en elkaar gewoon even bellen als je tussentijds iets wilt bespreken.

Eén van de voordelen van het GZIO is dat er voor zorgverleners meer informatie over cliënten beschikbaar is. Bijvoorbeeld over een meneer waarvoor wegens ziekte een ambulance was ingeroepen. Toen de ambulance kwam, werd duidelijk dat hij niet behandeld wilde worden. Het ging hem om de kwaliteit van leven. Door te werken volgens het Groninger Zorgmodel Integrale Ouderenzorg was deze informatie ter plekke beschikbaar. De ambulance nam hem niet mee naar het ziekenhuis. Overbehandeling werd hiermee voorkomen. presentatie Groninger Zorgmodel Integrale Ouderenzorg.

Ester Bertholet, specialist ouderengeneeskunde met een eigen eerstelijns praktijk ouderengeneeskunde in Velp, voorheen huisarts:

“Zodra de diagnose dementie is gesteld, krijgen mantelzorgers weinig hulp. Het zou mooi zijn als er iemand is die hen daarin begeleidt. Ik heb er zelf wel moeite mee om mensen met dementie te markeren. Dementie is vaak één van de aandoeningen die mijn patiënten hebben en in hun eigen ogen en die van hun partner lang niet altijd de belangrijkste.

Ook vind ik dat er meer aandacht moet zijn voor wat iemand met dementie nog wél kan. Zelf heb ik het initiatief genomen tot www.onsraadhuis.com, een plek waar álle ouderen samenkomen, dus ouderen met en zonder dementie. Echtparen waarvan de man of vrouw dementie heeft gaan daar vaak samen heen en ze hebben het hartstikke leuk.

Ook vind ik dat we wat minder protocollair moeten denken en meer moeten kijken naar de mens achter de patiënt. Bij één van mijn patiënten vond de ergotherapeut dat het echtelijke bed valrisico met zich  meebracht. Er moesten maar twee aparte bedden komen, vond zij. Maar meneer en mevrouw wilden niets liever dan samen in één bed slapen. Dan moeten we dat toch gewoon zo laten en het valrisico misschien voor lief nemen?” 

Meer presentaties:

Bewegen als medicijn

Van weigeren naar willen

Langer Thuis met Ergotherapie

Van Tramal word je mal

Netwerken doe je zo