Stoppen met roken doe je samen

Stoppen met roken is altijd een goed idee, en helemáál als je zwanger bent. Toch lukt het niet alle zwangere vrouwen om definitief te breken met de sigaret. Lilian Peters en Daniëlle Jansen van Midwifery Science Noord-Nederland van het UMCG onderzoeken hoe deze vrouwen beter ondersteund kunnen worden bij het aannemen en volhouden van een gezonde leefstijl.

Je vriendinnen steken vrolijk een peuk op in jouw bijzijn. Je man vraagt of je een pakje shag meeneemt als je naar de supermarkt gaat. Ben je zwanger en gestopt met roken, dan heb je het niet altijd gemakkelijk. Voor zwangere vrouwen met een zogenaamde lage sociaaleconomische status is het nog eens extra moeilijk om (blijvend) te stoppen met roken.

“We zien dat binnen deze groep zwangere vrouwen nog steeds wordt gerookt”, zegt Lilian Peters, epidemioloog bij het UMCG. “Tweeëntwintig procent rookt dagelijks tijdens de zwangerschap; dat is bijna zes keer zo vaak als een zwangere vrouw met een hoge sociaaleconomische status. Van alle moeders die vóór of tijdens de zwangerschap stoppen met roken, begint 43 procent zes tot twaalf maanden na de bevalling opnieuw te roken.”

Samen stoppen

In de provincies Groningen, Drenthe en Friesland is het probleem nog groter. Hier is ruim 36 procent van de vrouwen laagopgeleid, tegenover 25 procent in de andere Nederlandse provincies. De afdeling Midwifery Science Noord-Nederland is daarom het project Samen stoppen, samen sterk!' gestart waaraan ZonMw 500.000 euro subsidie toekende.

“De komende vier jaar gaan we onderzoeken hoe we deze kwetsbare vrouwen in de noordelijke provincies beter kunnen ondersteunen bij het minderen dan wel het stoppen met roken”, zegt Daniëlle Jansen, medisch socioloog bij het UMCG en projectleider. “De huidige Trimbos-richtlijn om zwangere vrouwen met een lage sociaaleconomische status te ondersteunen bij het stoppen met roken, werkt vaak niet in de praktijk. Met ons onderzoek willen we kijken hoe we de richtlijn kunnen aanpassen door na te gaan wat deze specifieke doelgroep nodig heeft.”

Ervaringsdeskundigen

Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor ervaringsdeskundigen: vrouwen uit de doelgroep zelf. Door hen van het begin af aan bij het project te betrekken, hopen de onderzoekers de doelgroep beter te kunnen bereiken.

“Deze ervaringsdeskundigen zijn opgegroeid of leven nog steeds in armoede”, zegt Peters. “Zij hebben voor dit project een opleiding gevolgd bij het Noorderpoortcollege. Daardoor kunnen zij zich als professional uiten over hun leef- en beleefwereld. Bijvoorbeeld: waar lopen zij tegenaan wanneer zij willen stoppen met roken? En hoe gaan zij daarmee om? Deze professionals helpen ons om de doelgroep te benaderen en om de interviews af te nemen. Hoe kun je het best vragen stellen, op welk niveau en in welke woorden?”

Pittige klus

Dat het een pittige klus wordt, daar zijn de onderzoekers zich van bewust. “Anders dan laagopgeleiden in het westen van het land -waaronder veel mensen met een migratieachtergrond- gaat het bij ons in het noorden vaak om mensen die er geboren en getogen zijn”, zegt Jansen. “Veel problematiek, waaronder armoede, wordt van generatie op generatie doorgegeven. Het is heel lastig om dat te doorbreken. Het vraagt om een specifieke benaderingswijze.”   “Bovendien geven de vrouwen aan dat het roken stressgerelateerd is”, vult Peters aan. “Stress over het vinden van geschikte woonruimte, over hoe het straks moet met de financiën als het kind geboren is. Als ze stoppen met roken, dan neemt de stress enorm toe. Veel vrouwen denken ook dat de schadelijke effecten van roken tijdens en na de zwangerschap wel meevallen. 'Mijn buurvrouw rookte ook toen ze zwanger was, en die heeft nu een hartstikke gezond kind', hoor je dan. Terwijl kinderen van rokende moeders (en de moeders zelf) per definitie gezondheidsschade oplopen. Nog los van het feit dat de kans groot is dat de kinderen later zelf ook gaan roken.”

Verslavingsarts

Behalve een sterke betrokkenheid van de doelgroep zelf, zullen ook de elf Verloskundige Samenwerkings Verbanden (VSV's) in Noord-Nederland worden betrokken. Met behulp van deze VSV's willen de onderzoekers in kaart brengen waar in welk gebied behoefte aan is. Jansen: “Moet er bijvoorbeeld een verslavingsarts plaatsnemen in de verloskundigenpraktijk? Of misschien de praktijkondersteuner van de huisarts? Dat willen we horen van de versloskundigen en de gynaecologen, en van de vrouwen zelf.”

De onderzoekers verwachten dat ze met dit onderzoek het verschil zullen maken. “We hebben de middelen, verschillende zorgprofessionals, en de doelgroep”, zegt Peters. “Als het nu niet lukt, wanneer dan wel? Over vier jaar, als dit project is afgerond, verwacht ik dat de wereld weer een beetje mooier is.”

door Theone Joostensz