Ouderenzorg in Nederland is zo gek nog niet

Ouderenzorg in Nederland is zo gek nog niet

China is geïnteresseerd in het Nederlandse model voor ouderenzorg.

Op uitnodiging van het Nederlandse consulaat in Hongkong brachten bestuurder Gea Sijpkes van Humanitas Deventer en hoogleraar Ouderengeneeskunde en Dementie Sytse Zuidema, voorzitter van het UNO-UMCG, onlangs een bezoek aan Hongkong en Guangzhou.

Hoewel de inrichting en financiering van ouderenzorg sterk verschilt met de Nederlandse situatie, ziet Zuidema kansen voor de export van Nederlandse kennis en ervaring. Een verslag: China telt zo’n 1,4 miljard mensen met, net als in Nederland, een groeiend aantal ouderen en mensen met dementie (22,5 miljoen).  In de voormalig Engels kolonie Hongkong – die sinds 1997 overgegaan is in Chinese handen - wonen 7,4 miljoen mensen waarvan ook 1 miljoen ouderen.

Traditionele zorg voor ouderen in China
Vanuit de Confucianistische waarden is er veel respect voor de ouderen. Ze hebben een belangrijke rol in de maatschappij, belangrijker dan in Nederland. Tot nu toe was het de gewoonste zaak van de wereld dat (groot)ouders, ouders en (klein)kinderen voor elkaar zorgden. Zo zorgen grootouders voor hun kleinkinderen als hun ouders aan het werk zijn. Ouderen zijn op die manier sociaal ingebed en actief, ook lichamelijk. Dus een ideaal model van Healthy Ageing. Wanneer (groot)ouders zelf hulpbehoevend worden, nemen  de schoondochters de zorg voor hen op zich.

Veranderingen in de samenleving
Door diverse ontwikkelingen dreigt dit harmonieuze model de komende jaren geen stand te houden. China moet op zoek naar andere oplossingen.Ten eerste heeft de een-kind-politiek geleid tot een groot socio-cultureel probleem. Deze maatregel was bedoeld als demografische oplossing om de explosieve bevolkingsgroei in te dammen. Ouders mochten maar één kind krijgen. Een dochter ging na het trouwen uit huis om bij de schoonfamilie te wonen. Voor de ‘eigen ouders’ is er daardoor geen oudedagvoorziening meer, omdat er niemand is die voor hen zorgt als ze ouder worden. Dit is een van de reden waarom meisjes door de familie als ‘minderwaardig’ worden beschouwd. Kijkend naar een toenemende populatie van ouderen, zal er een groot probleem ontstaan in de zorg voor hen. Ten tweede wordt de samenleving veel individualistischer. De huidige generatie ouderen is nog opgegroeid met de normen en waarden dat kinderen voor hun ouders zorgen. Kinderen daarentegen gaan om economische reden op zoek naar werk in de grote stad. Door deze migratie naar de steden worden de afstanden tussen kinderen en ouders letterlijk en figuurlijk groter. Hierdoor kunnen ouderen minder vaak verzorgd worden door hun kinderen.

Stigma
Daarnaast rust er een enorm stigma op psychiatrische ziekten zoals dementie en depressie, die vaak niet als ziekte worden gezien, maar als falen. In Korea en Japan heeft de individualisering van de samenleving en het verlies van waardigheid en positie al geleid tot een groeiend aantal suïcidegevallen onder ouderen. Ouderen willen hun kinderen niet tot last zijn. Cijfers in China zijn nog niet voorhanden. In Hongkong is de situatie net iets anders. De bevolkingsdichtheid is hoog en de huizenprijzen zijn daardoor enorm. Een kleine twee- of driekamerflat van 24 vierkante meter kost meer dan 1,2 miljoen euro. Families zijn gedwongen om met drie generaties in een huis te blijven wonen. Dit leidt tot conflicten tussen de traditionele ouderen en de individualistische jeugd. Ouderen dreigen in dit spanningsveld hun waarden te verliezen, de zogeheten ‘golden age’ komt onder druk te staan.

Oplossingen in de zorg voor ouderen
China en Hongkong zijn naarstig op zoek naar oplossingen voor de zorgbehoefte van ouderen en kijken daarbij naar Europa en Verenigde staten. Zorgaanbieders uit Nederland proberen hun model te exporteren. Dit kan alleen als het zorgaanbod wordt aangepast aan de financiële en sociale situatie. Nederland heeft sinds de oprichting van de AWBZ (1968) fors in ouderenzorg geïnvesteerd, via belastingen en collectieve lasten. Ons systeem van verplichte verzekering (Zorgverzekeringswet), met daar bovenop een nagenoeg geheel kostendekkend systeem van financiering van verpleeghuisbedden (gemiddeld 190 euro per dag = 70.000 euro per jaar!) is er in China niet. Hoewel er soms lokaal initiatieven zijn voor ziektekostenverzekeringen vanuit overheden of bedrijven, is er geen volksverzekering. Ouderenzorg wordt dus alleen privaat gefinancierd voor hen die het kunnen betalen. Gretig spelen vastgoed-ontwikkelaars in op deze behoefte. Een goed pand, vrij ongezellige twee- tot zes-persoonskamers en een verpleegkundige staf. Er is dan een schijnbaar laag basistarief voor verblijf, maar daar bovenop moet letterlijk alles worden bijbetaald (zorg, geneesmiddelen, doktersbezoek, incontinentiemateriaal, in Hongkong drie dagen verplichte quarantaine uit angst voor infecties, etc.).  Net zoals in Nederland vóór de invoering van de AWBZ, spelen soms ook non-profit organisaties, zoals vanuit christelijke achtergrond, een rol. De prijzen zijn echter niet veel lager. Voor de wat goedkopere zorg is de wachtlijst zeker drie jaar. Met als gevolg zeer overbelaste mantelzorgers. In Hongkong zijn de rijkere middenklasse en bovenste klassen gewend aan een systeem van Indonesische of Filipijnse ‘nannies’. Dus voor hen is zorg aan huis goed te regelen en is het nog maar de vraag of ze behoefte hebben aan meer geïnstitutionaliseerde zorg.

Kwaliteit van zorg en behandeling
De meeste project- en vastgoedontwikkelaars denken ten onrechte dat met personeel en stenen er vanzelf goede, liefdevolle zorg ontstaat. Maar zorg is meer dan wat personeel en bouwtekeningen. Momenteel ontstaan er op bescheiden schaal zorgorganisaties die diverse functies aanbieden die we ook in Nederland kennen, zoals dagverzorging, respijtzorg, revalidatiezorg, palliatieve zorg en verpleeghuiszorg. De zorg die dan geleverd wordt is vaak een combinatie van verpleegkundige zorg met forse ondersteuning van de familie. Medische en psychosociale zorg en behandeling is er wel, maar niet zoals in Nederland vanuit een multidisciplinair team dat wordt betaald vanuit de Wet Langdurige Zorg, maar alleen vanuit het ziekenhuis. Voor een consult moet de familie dus naar een lokaal ziekenhuis, meestal naar een geriater of neuroloog. Opvallend is dat bijna de helft van de mensen met dementie sondevoeding krijgt op de slaapkamer, in plaats van in de huiskamer. Wel worden er activiteiten georganiseerd, zoals bewegingsactiviteiten in een oefenzaal (voor hen die revalideren), geheugentraining of realiteitsoriëntatie en muziekactiviteiten (groepszingen), ook voor mensen met dementie.

Kansen voor Nederlands–Chinese samenwerking
China heeft behoefte aan goede oplossingen in de zorg voor ouderenzorg, maar dan aangepast aan de lokale situatie. Door het ontbreken van een verplichte basisverzekering zal de verpleeghuiszorg ook in de nabije toekomst in China als Hongkong wel een ‘product’ blijven voor de middenklassen. Voor de onderklasse is geïnstitutionaliseerde zorg niet betaalbaar. Toch kunnen we wel wat voor elkaar betekenen. In Nederland hebben we veel kennis over goede ouderenzorg die meer is dan bouw en personeel. Juist deze kennis, in het bijzonder over mensen met dementie, kunnen we exporteren, maar dan wel afgestemd op de situatie ter plaatse. Bijvoorbeeld zorg die een aanvulling biedt op wat de familie al levert. Te denken valt aan curricula voor verpleegkundigen of verzorgenden via ‘train de trainer’-modules of tijdelijke uitwisseling van personeel. De medische zorg verbeteren is lastiger, omdat het Nederlandse systeem van een specialist ouderengeneeskunde niet zonder meer te extrapoleren is naar China. Wel kan worden gedacht aan het scholen van consulenten van medisch specialisten die toegang hebben tot verpleeghuizen of die veel van deze ouderen op hun poli zien. Er zijn veel losse initiatieven van Nederlandse zorgorganisaties die een samenwerkingsrelatie hebben. Vanuit het ministerie van VWS is er wel draagvlak om dergelijke initiatieven te bundelen.

Lessen uit China
Tijdens ons bezoek aan China hebben we presentaties gehouden en gesproken met verschillende dokters en anderen die interesse hebben in het Nederlandse model voor ouderenzorg. Conclusie: ouderenzorg in Nederland is zo gek nog niet. MaarChina kan niet alleen leren van Nederland.  Wij kunnen ook leren van de positieve aspecten van de Chinese cultuur, vooral als het gaat om de positie en gezondheid van niet-kwetsbare ouderen. Er wordt veel gedaan aan preventie en Healthy Ageing. Er zijn speciale community services voor ouderen, met allerlei activiteiten rond sport en beweging, om ouderen fit en sociaal actief te houden. Ook in de parken zie je ouderen veel bewegen, terwijl ze tegelijk zorgen voor hun kleinkinderen. Sociale en bewegingsactiviteiten voorkomen cognitieve achteruitgang. Ouderenzorg in Nederland is teveel een generatie-probleem. Een grotere nadruk op zorgen voor elkaar, tussen meerdere generaties, kan ook in Nederland de participatie van ouderen in de samenleving stimuleren.”

 

Auteur: Prof. Dr. S.U. Zuidema, specialist ouderengeneeskunde en hoogleraar Ouderengeneeskunde en Dementie, Afdeling Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde, UMCG, Groningen.