Nieuwe richtlijn probleemgedrag

Deze week brachten Verenso en NIP de nieuwe richtlijn probleemgedrag uit. Wat is er nieuw in de richtlijn? En wat is de belangrijkste meerwaarde voor zorgprofessionals? We vroegen het aan prof. dr. Sytse Zuidema, hoogleraar ouderengeneeskunde en dementie en voorzitter van het UNO-UMCG. Zuidema was voorzitter van de richtlijncommissie.

Waarom was het tijd voor een nieuwe richtlijn probleemgedrag?
 “In de afgelopen tien jaar is er veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar manieren om probleemgedrag te begrijpen, te voorkomen en tegen te gaan. Dat heeft onder meer nieuw bewijs opgeleverd over de inzet van farmacologische en psychosociale interventies.”
 
Wat is er nieuw in de richtlijn?
“Deze richtlijn focust niet alleen op ouderen in verpleeghuizen, maar ook op ouderen met dementie die nog thuis wonen, in het ziekenhuis liggen of in de GGZ verblijven. Centraal staat de multidisciplinaire aanpak van probleemgedrag. Daarom hebben meerdere beroeps- en belangenverenigingen kennis ingebracht, waaronder de NVVP (psychiaters), de NVKG (klinisch geriaters), V&VN (verpleegkundig specialisten), NHG/ Laego (huisartsen en kaderhuisartsen) en Alzheimer Nederland.

Nieuw in de richtlijn is verder dat we het bewijs voor de effecten van verschillende medicamenteuze en psychosociale interventies op dezelfde manier hebben gewogen en beoordeeld. Daardoor kunnen gebruikers van de richtlijn per type probleemgedrag – bijvoorbeeld depressief, apathisch of geagiteerd gedrag - afgewogen kiezen wat wel en niet werkt. 

Daarnaast hebben we nog meer nadruk gelegd op terughoudendheid in het gebruik van psychofarmaca. We wegen in de richtlijn ook praktische tips: kun je psychofarmaca bij dit type probleemgedrag afbouwen en zo ja, hoe doe je dat dan?”
 
Wat is uw belangrijkste advies aan zorgprofessionals?
“Maak samen een goede multidisciplinaire probleemanalyse. Niet al het gedrag hoeft met muziektherapie of haloperidol behandeld te worden, soms is het gewoon een kwestie van: het probleem goed in kaart brengen en samen op zoek gaan naar de oorzaak van het gedrag. Denk aan beïnvloedbare factoren zoals pijn, geluid of jeuk als oorzaak van agitatie. Of aan eenvoudigere oplossingen om probleemgedrag te voorkomen of verhelpen, zoals het geruststellen van een cliënt met dwaalgedrag. Vaak is de inventiviteit van betrokken en ervaren zorgprofessionals de sleutel tot succes!”
 
Bekijk de richtlijn op de website van Verenso >