BLOG Wanda Rietkerk

De illusie van ziekenhuisje spelen


De vaat afruimen na de gezamenlijke lunch; voor onze behulpzame bewoner met Parkinson is dat heel belangrijk voor haar welzijn. Ze doet het graag, ook al voelt ze zich vandaag wat moe. Maar dan ligt ze twee dagen later met koorts op bed en krijgt ze diarree… Ze blijkt ‘positief’. Het wordt pas later onderkend omdat ze niet voldoet aan de officiële WHO casusdefinitie; net als 75% van de corona-besmettingen in het verpleeghuis (>> lees meer over onderzoek van het UNO-UMCG naar de symptomen van corona bij verpleeghuisbewoners).


Corona verspreidt zich al gauw als een lopend vuurtje over haar afdeling met nog 14 mede-bewoners. Later volgen andere afdelingen op dezelfde locatie. En plots waan ik mij in die storm waar velen al in stonden.


Kracht van onze instelling

Dat de ziektelast voor onze individuele bewoners hoog is, is inherent aan hun kwetsbaarheid. Maar waarom leiden besmettingen ook steeds tot grote uitbraken in het verpleeghuis? In het bijeen getrommelde team proberen we de crisis te bezweren en toename van besmettingen te voorkomen. Maar eerlijk gezegd slagen we daar nauwelijks in. Komt dat door onze manier van werken, onze VVT-instelling? In ziekenhuizen komen uitbraken op afdelingen sporadisch voor. Dit verschil vond ik onbestaanbaar toen we aan het begin van onze uitbraak stonden. Al doende zag ik dat onze verpleeghuiswaarden hier debet aan waren, maar zag ik ook dat we die waarden uit het oog verloren.   


Allereerst viel me op dat er bij elk protocol of elke beslissing toch ruimte werd gezocht voor het wikken en wegen van morele dilemma’s. Zoals we dat ook altijd al doen met vrijheid versus veiligheid bij valgevaar. Zo beschouwden we elke besmette afdeling steeds als een onbeheerst cohort; we vinden het immers onwenselijk of onmenselijk om de bewoners al die tijd te isoleren in hun eigen kamers.


Eén groot huishouden

Daarnaast is een belangrijke waarde van het verpleeghuis, dat men er ‘woont’. Keer op keer wordt benadrukt in de persconferenties: “De meeste besmettingen vinden plaats in de thuissituatie”; net zoals thuis, bij ons in het gezin, de intrede van het virus leidde tot een volledige uitbraak. Ook in het verpleeghuis kun je volgens mij elke afdeling als één groot huishouden beschouwen. En daarmee is besmetting van alle bewoners een logisch gevolg.


Uiteraard dacht infectiepreventie van zeer nabij mee. En uiteraard konden vele momenten van risico op besmetting worden aangewezen. Maar waar ligt de grens, in hoeverre mogen we het dagelijkse verpleeghuisleven platleggen om zo hygiënisch mogelijk te kunnen werken om besmetting écht zoveel mogelijk te voorkomen? Kunnen we alle protocollen uitvoeren, willen we samen ziekenhuisje spelen?


Marsmannetjes

Zoals we overal al lazen, worden veel van onze bewoners angstig van de zorgverleners die zich volledig in PBM onherkenbaar als ‘marsmannetjes’ verhulden. Hoe ga je daarmee om als je dagelijks zelf zo’n marsmannetje bent? En met die angstige mevrouw die je al jarenlang liefdevol verzorgt? Interessante onderzoeksvragen. Maar in de crisis weinig tijd voor. Want de plicht roept om besmettingen te voorkomen.


In het ziekenhuis spelen deze dilemma’s een minder grote rol. Men is daar van oudsher gericht op gezondheidswinst en hygiëne. In het ziekenhuis is de omgeving  veel minder ingericht op kwaliteit van leven; een omgeving die niet passend is voor onze bewoners. Daarom bestaan deze verschillen tussen cure en care juist. Laten we dan niet doen alsof we dat allemaal tijdens een pandemie kunnen én moeten loslaten.


Mentale last

Natuurlijk wil je besmetting onder bewoners en uitval onder personeel zo veel mogelijk voorkomen. De mentale last van corona blijkt ook duidelijk uit onderzoek van onder andere het UNO-UMCG naar de impact van corona op zorgmedewerkers.


Maar zijn we niet een beetje uit het oog verloren dat we qua omgeving juist niet op het ziekenhuis willen lijken? En dat we dus niet aan al die normen kunnen en moeten voldoen? En daarmee moeten we ook de consequentie hiervan, zoals een uitbraak maar gewoon accepteren. En ook stoppen met elke uitbraak een 'crisis’ te noemen, en het – zoals de brandweer dat vaak doet – gecontroleerd laten uitdoven. Laten we onze verpleeghuiswaarden beschermen: het afwegen van ethische aspecten en daarmee het vooropstellen van welzijn boven levensverwachting en het huiselijke bewaren.


Steriel sjoelen

Anders bíijven we straks bezoekuren hanteren, kunnen we alleen nog maar steriel sjoelen en bingoën via Zoom. En kijkt onze behulpzame bewoner weer werkloos toe tijdens de afwas.  


Wanda Rietkerk werkt als specialist ouderengeneeskunde bij zorgorganisatie Noorderboog en is praktijkvertegenwoordiger bij het UNO-UMCG. In deze onregelmatig verschijnende blog beschrijft ze wat haar bezighoudt in en rond het verpleeghuis.