BLOG Wanda Rietkerk

Kan wel, lukt wel, mag wel

Vier maanden geleden alweer dat er een virus op ons afkwam. Een virus dat waarschijnlijk dodelijk zou zijn voor de populatie waar wij ons dagelijks voor inspannen. De eerste weken dat deze dreiging op ons afkwam waren hectisch, spannend, onrustig en zoeken. Alles veranderde.

Duimen
De bewoners mochten niets meer. De bezoekers ook niet. De vrijwilligers vaak ook niet. En zelfs de therapeuten mochten in fase 0 alleen op afstand zijn. Het enige dat we konden doen was duimen dat de orkaan ons huisje zou overslaan en anders zo weinig mogelijk schade zou aanrichten.

Nu het stof aan het neerdalen lijkt en het in het grootste deel van de UNO-UMCG-regio vaak bleef bij een briesje, is het tijd om ons heen te kijken. En daarna wellicht ook door de beslagen voorruit heen proberen te kijken, om te zien of er ook dingen zijn die blijvend ten goede zullen veranderen.

Persconferentie
Een harde klap kwam niet van het virus zelf, maar na die ene persconferentie: er mocht helemaal geen bezoek meer komen. Hoewel dat tot emotioneel zware situaties leidde bij diverse mantelzorgers, leek het ook rust te brengen. Zo bleek ook uit een landelijke peiling van collega-netwerk UKON van observaties onder een diverse groep hulpverleners. Geen bezoek en er was eigenlijk best veel rust. Het is (nu nog) speculeren waar dat door komt. Uiteraard wordt er vervolgonderzoek gedaan om te kijken of hier enige causaliteit onder ligt.

En natuurlijk zagen we ook de creativiteit die het teweegbracht, nu er bíjna niets meer mocht. Want onze oud-pianolerares kreeg van haar man elke week een draaiorgel onder haar raam. Grootse danspassen leverde het op. En uiteraard een glimlach bij haar en alle anderen op de afdeling. Want op afstand en door een raam, dát kon wel.

MDO op afstand
Ook de digitalisering nam een vlucht, in een tak van sport waar iedereen er huiverig voor was. MDO’s op afstand bleken goed uitvoerbaar, families die de reistijd altijd al hinderlijk vonden, schuiven nu eens wel aan. En de vergadering van onze vakgroep begint tegenwoordig gewoon op tijd, omdat voor iedereen de reistijd vervallen is. Dus ook de buitenlocaties schuiven netjes om kwart voor vier aan.

Waar initiatieven voor het Facetimen met een geëmigreerde zoon al jaren sneuvelden op technische bezwaren, gebrek aan apparatuur of improvisatie, kon de heer D. nu bijna dagelijks bellen met zijn zoon. Tablets zijn opeens niet alleen meer voor het zorgproces beschikbaar, maar zijn in grote getalen extra aangerukt. Tuurlijk is niet voor elke bewoner te bevatten dat die zwaaiende fotolijst ook nog eens kan terugpraten. Maar voor velen bleek het – soms ook met verrassend veel herkenning – een uitkomst. Dat lukt wél.

Wekelijks webinar
Ondertussen deden professionals en leken hun best om steeds meer van het virus te begrijpen. Er was aanbod genoeg om wekelijks een webinar te kunnen volgen. En ook in de media werden Lancet of NEJM papers breed en gelukkig vaak zorgvuldig uitgemeten. Daarnaast nam kennisdeling tussen collega’s toe, vaak juist contacten buiten je eigen wereld. Er waren veel initiatieven voor versterking van de samenwerking in de ketenzorg – protocollen voor verwijzing, delen van ervaring, handreikingen voor herstelzorg en expertiseuitwisseling, bijvoorbeeld op het gebied van behandelwensen en advance care gesprekken. Dat mag zéker.

Toch zijn ook nog veel dingen onverklaarbaar… de mortaliteit op afdelingen lijkt te schommelen tussen de 0-50%. Er zijn afdelingen waarbij de helft van de kwetsbare ouderen volledig asymptomatisch – maar wel dus bewezen positief – de infectie doorliep. En waarom wordt wel de bedlegerige oudere besmet, en die ene dwalende bewoner die bij alle stervende mensen nog even langsliep, kreeg niets? Genoeg reden dus om verder onderzoek te blijven doen naar het virus én de impact ervan op de verpleeghuiswereld, haar bewoners, personeel en naasten. Dat moet gewoon.

Voorruit schoonpoetsen
Als we nu voorzichtig onze voorruit een beetje schoonpoetsen, dan kan iedereen toch wel iets bedenken dat we juist kunnen leren en behouden van deze tijd. Hopelijk zullen we in de toekomst dankzij deze periode vaker denken: kan wel, lukt wel, mag wel!

 

Deze blog is geschreven door Wanda Rietkerk, lid van de themagroep Samenwerken in de 1e lijn en specialist ouderengeneeskunde bij Noorderboog. Op dinsdag 7 jui om 14.30 uur promoveert Wanda. De promotie is digitaal te volgen via de livestream van RijksUniversiteit Groningen: www.rug.nl/digitalphd

Informatie over dit promotieonderzoek
Ondanks de vergrijzende samenleving, is het nog onvoldoende bekend wat de optimale manier is om zorg op maat te leveren voor ouderen met meerdere aandoeningen en beperkingen. Meer dan duizend 65+’ers deden mee aan twee projecten om proactief hun behoeften in kaart te brengen (Wijs Grijs en SamenOud). Nog eens 1400 ouderen gaven hun voorkeuren aan voor hun eigen rol in zorgbeslissingen. Daaruit kunnen we het volgende concluderen:

Doelen kunnen een belangrijke schakel vormen in de zorg voor ouderen. Doelen zijn in staat het brede palet aan behoeften van ouderen te omvatten en veranderingen in de tijd te meten. Dat maakt ze bij uitstek geschikt voor zowel de praktijk als voor uitkomstmaten van onderzoek.

Het proactieve karakter van veel zorgprogramma’s lijkt echter niet aan te sluiten bij de behoeften van ouderen. Aangezien veel ouderen geen behoefte hebben aan het proactief aanpakken van problemen, of geen voorkeur geven aan gezondheidsgedrag, kost het tijd om hen te betrekken bij proactieve zorgbenaderingen. Dat betekent dat meerdere contacten nodig zijn om verandering te kunnen bereiken.

De diversiteit aan doelen en voorkeuren van ouderen, maakt duidelijk dat het uniforme zorg niet passend is. Om zorg echt op maat te maken, is afstemming met de oudere, naasten en professionals onderling over deze doelen en voorkeuren een must. Met deze uitkomst dient rekening gehouden te worden bij het verder herontwerpen van de zorg voor ouderen. Zoals een deelnemer aan het onderzoek het verwoordt: “Het gaat erom dat je gezien wordt als mens, en niet als kwaaltje.”

 

Belangrijkste bevindingen:

  • Proactieve gezondheidsgesprekken voor ouderen hebben geen effect zolang er geen borging is van de uitvoering van de benodigde acties
  • Proactieve zorg is geen behoefte van ouderen
  • Ouderen hebben behoefte aan een holistische benadering in de zorg, te beginnen bij een professional die laagdrempelig en langdurig betrokken is
  • Behoefte aan regie verschilt van mens tot mens. Om af te stemmen op de behoeftes van een individu moeten deze besproken worden

 

Wat betekent dit voor de praktijk?

Beleidsmakers:

Wees kritisch op proactieve zorg-initiatieven

-        Waak voor opportunistische screening en eenmalige assessments

-        Streef naar assessments bij een duidelijke hulpvraag en urgentie

Professionals :

-        Het formuleren van een (behandel)doel helpt om de behoeften en waarden van ouderen meer centraal te stellen

-        Bespreek de mate waarin de oudere betrokken wil zijn bij behandel- en zorgbeslissingen

-        Bespreek de doelen van de oudere met je collega’s onderling

-        Een doel stellen helpt alleen als je daarna vraagt “wat heeft u nodig om dat doel te bereiken”?