Leefomgeving

Coördinator: dr. F. Boersma

De onderzoekslijn leefomgeving heeft betrekking op de invloed van de leefomgeving op het welbevinden van mensen met dementie. Na een lang leven in zelfstandigheid, al dan niet samen met anderen, wordt verhuizen naar een woonsetting met zorg vaak noodzakelijk. Er is toenemend aandacht voor de invloed van de leefomgeving op het welbevinden van ouderen met dementie. Leefomgeving heeft invloed op het welbevinden in brede zin en voor een ieder die met deze omgeving te maken heeft. De leefomgeving omvat de fysieke voorziening en buitenomgeving, maar ook de personele bezetting en de manier waarop de overige zorg georganiseerd is. Aanpassingen in de leefomgeving kunnen rechtstreeks invloed hebben op facetten van welbevinden maar ook leiden tot gedrag wat het welbevinden beinvloedt. Bij mensen met dementie wordt de invloed van de omgeving steeds groter. Het verlangen naar de vertrouwde omgeving wordt steeds groter, terwijl het werkelijke thuis steeds verder weg is.Terwijl de omgeving steeds minder goed wordt begrepen. Een direct gevolg is een toenemende kans op neuropsychiatrische symptomen en afname van welbevinden. Dit past bij het theoretisch kader van Andringa en Lanser (2013) hoe de omgeving inwerkt op de mensen.    

Onderzoeksthema’s

  1. Verschillen in leefomgeving tussen landen (Nederland en Noorwegen) en de invloed ervan op NPS
  2. Invloed van aanpassingen op fysieke leefomgeving bijvoorbeeld bij nieuwbouw op NPS, kwaliteit van leven van de cliënt en werkplezier van personeel
  3. Invloed van (storend en onveilig) geluid op de belevingswereld van de cliënt en NPS