Koppelingsproces

Koppelingsproces aios – huisartsopleiders (1e en 3e jaars)

Het koppelen van huisartsopleiders en aios gaat voor een groot deel digitaal. Aios en opleiders maken kennis aan de hand van  leerwerkplannen (opleiders) en profielschetsen (aios). Opleiders geven vervolgens met een rapportcijfer aan in hoeverre zij een aios geschikt vinden voor hun opleidingspraktijk . Aios zetten de beschikbare opleiders in een ranking van voorkeur voor plaatsing. Met behulp van het “Stable Marriage Algoritme” wordt zo de beste match voor de hele groep berekend.

Het koppelingsproces met digitale kennismaking in stappen:

  1. De opleiding stelt koppelingsgroepen samen van gelijke aantallen aios en opleiders. Deze groepen variëren van 10 (5 aios en 5 opleiders) tot 24 (12 aios en 12 opleiders) deelnemers.
  2. Via een digitaal platform ontvangen de aios de leerwerkplannen van de opleiders en de opleiders ontvangen de profielen van de aios.
  3. Zowel aios als opleiders geven hun voorkeur aan. De opleiders beoordelen de profielen van de aios met een rapportcijfer. De aios zetten de opleiders in een ranking  op basis van de leerwerkplannen. (Om de waarde van het rapportcijfer enigszins te relativeren is het goed om te weten dat landelijk onderzoek heeft uitgewezen dat er nauwelijks een correlatie bestaat tussen de hoogte van het rapportcijfer en de tevredenheid over de koppeling na verloop van tijd).
  4. Met behulp van een computerprogramma (Stable marriage Algoritme), wordt voor de hele groep de beste match gemaakt op basis van de rapportcijfers (profiel aios) en de ranking (leerwerkplan opleider). De uitkomst is voor de groep de beste uitkomst, individuele wensen komen soms niet uit.
  5. Elk kwartaal wordt er een koppelingsronde gedaan (maart, juni, september en december). 
  6. 1e jaars aios worden alleen in maart en september gekoppeld omdat zij op dat moment instromen in de opleiding.
  7. Na deze koppelingsprocedure wordt als vanouds het kennismakingsgesprek  gepland door de aios en de opleider.

Van belang voor aios

    • De aios geeft in elk geval een veto (= een 0) bij de volgende situaties:
    • Als een aios in het 1e jaar al gekoppeld is geweest aan de opleider.

    • Als een aios een andere relatie met de opleider heeft, bijvoorbeeld als familielid of als eigen huisarts.

    • Of een ander voor hem/haar “zeer zwaarwegend bezwaar”

    • De aios moet minimaal één keer in zijn/haar opleiding, dus óf in het 1e óf in het 3e jaar, gekoppeld zijn aan een opleider die verbonden is aan een grootschalige huisartsendienstenstructuur. De aios stuurt dit met het geven van een veto.

    • De aios kan in zijn/haar score de reisafstand laten meewegen als dat voor hem/haar een belangrijk criterium is.
    • Aios die graag op een eiland opgeleid willen worden wordt verzocht dit aan te geven voor afgaand aan de koppeling.

Belangrijke aspecten rond koppeling

De uitgangspunten in dit nieuwe koppelingsproces:

    • Er zijn twee opleidingslocaties met de daarbij behorende opleidingsregio’s: één voor Groningen en één voor Zwolle. De opleidingspraktijken zijn ingedeeld op basis van hun postcode. Aios worden door Huisartsopleiding Nederland geplaatst in één van beide opleidingsregio’s. Dit geldt voor de  duur van de volledige opleiding.
    • Opleiders op de eilanden worden handmatig gekoppeld.
    • Startende opleiders krijgen twee keer een 1e jaars aios omdat dit aansluit bij het opleiderscurriculum van de opleider. Dit geldt ook voor duo-opleiders, één van hen is het ene jaar hoofdopleider en de andere het volgende jaar.
    • Het streven is dat elke opleider tenminste elke 1,5 jaar een aios heeft zodat de opleiders hun opleidersvaardigheden op peil kunnen houden. Dit betekent dat de “pauzes” tussen de aios over alle opleiders verdeeld worden.
    • De opleider mag niet meer dan één aios tegelijk opleiden.
    • In de procedure wordt geen rekening gehouden met wensen op het gebied van fulltime en parttime werkende aios en opleiders. Deze informatie staat in het profiel van de aios en het leerwerkplan van de opleider. Aios en opleiders kunnen hier bij het scoren rekening mee houden. Vervolgens maken ze hierover zelf afspraken tijdens het kennismakingsgesprek.