Info voor stageopleiders

In het tweede jaar van de opleiding tot huisarts loopt de aios stage buiten de huisartspraktijk. Afhankelijk van de ervaring volgt de aios (een deel van) de volgende stages:

  1. Klinische stage (zes maanden)
  2. Stage Chronische complexe problematiek – Verpleeghuis (VPH) (drie maanden)
  3. Stage Psychiatrische en psychosociale problematiek – GGZ (drie maanden) 

U kunt de informatie over de specifieke stages vinden door te klikken links van het submenu aan de linkerkant. De informatie die de aios krijgt over jaar twee 2 vindt u op de pagina van de Aios > Tweede jaar
Wij zijn altijd op zoek naar interessante stageplaatsen voor onze aios! Als u overweegt om stageopleider te worden, dan kunt u contact opnemen met het hoofd van de Huisartsopleiding. 
Voor overige vragen kunt u contact opnemen met de Stagecoördinator.

Algemene informatie stageopleiders in kliniek of instelling

Algemene doelstellingen tweede opleidingsjaar
De aios komt in het tweede jaar in aanraking met een patiëntenpopulatie die complementaire en additionele zorg nodig heeft. De samenwerking met andere zorgverleners buiten de huisartsvoorziening staat centraal. De aios verwerft inzicht in de verwijsmogelijkheden en –methoden naar de tweede lijn. Hij verwerft inzicht in het verschil tussen de NHG standaarden en de richtlijnen van de stagepraktijk. De toekomstige huisarts vergroot zijn medische kennis en vaardigheden omtrent specifieke ziektebeelden door het zien van veel patiënten met diverse aandoeningen.

Aan welke eisen moet u voldoen om opleider te worden?

  • Uw stage-instelling is door de RGS (Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten) erkend. 
  • U bent als stageopleider door de RGS erkend. 
  • U bent in het bezit van een door de huisartsopleiding goedgekeurd leerwerkplan

Voor meer informatie kunt u zich wenden tot Stageplanning en -beheer
In het Kaderbesluit CHVG (College voor Huisartsgeneeskunde, Verpleeghuisgeneeskunde en medische zorg voor verstandelijk gehandicapten ) worden de eisen, verplichtingen en rechten voor erkenning van de instelling en als stage opleider in hoofdstuk C beschreven.