Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ)

Inleiding

De stage psychiatrische problematiek is om de volgende redenen voor de aanstaande huisarts relevant: 

  1. De huisarts heeft in zijn praktijk veel te maken met psychosociale problematiek, waarvan de aanpak maar ten dele in de huisartsstage geleerd kan worden. Lacunes op het gebied van de aanpak van depressie, persoonlijkheidsstoornissen, verslavingsproblematiek, acute psychoses en dergelijke, kunnen door middel van onderwijs op dit gebied worden aangevuld.
  2. Het samenwerken met andere disciplines is voor huisartsen van groot belang. Door deze stage krijgt men zicht op elkaars kennis en vaardigheden. Bovendien raakt men op de hoogte van de wederzijdse mogelijkheden en grenzen. Voor de aios is het een verkenning van het overgangsgebied tussen het werkterrein van de huisarts en dat van de psychiater/psycholoog/verslavingsarts: wanneer is een verwijzing op zijn plaats, naar wie en wat kan de huisarts zelf afhandelen.
  3. Daarnaast is deze stage voor de aanstaande huisarts een goede gelegenheid om zicht te krijgen op zijn/haar eigen mogelijkheden en beperkingen ten aanzien van het hanteren van psychiatrische problemen.

 Voor de regelgeving over de stage psychiatrische problematiek verwijzen we naar het opleidingsplan en het afdelingsreglement. 

Doelen voor de individuele aios

De aios zal in deze stage de eigen competenties verder ontwikkelen. Deze zijn geformuleerd in de Competentie Beoordeling Lijst (ComBel). Bij de aanvang van de stage vult de aios zelf deze lijst in en geeft een waardering voor zijn/haar eigen competentieniveau. Op basis van deze score stelt de aios een individueel opleidingsprogramma op, dat hij/zij met de stageopleider bespreekt op haalbaarheid en uitvoering. Aan het einde van de stage beoordeelt de stageopleider het competentieniveau van de aios aan de hand van deze lijst. 

De terugkomdag

Bij de keuze van de onderwerpen hebben we gebruik gemaakt van de zogenoemde ‘toptienlijst’: ‘Klachten/symptomen en diagnoses zoals die bestaan op grond van epidemiologisch onderzoek in de huisartspraktijk in Nederland’. Daarnaast schakelen we expertise van GGZ-kaderhuisartsen uit Groningen in. Dit heeft geleid tot een groslijst van onderwerpen die in elk geval aan bod zullen komen in deze module. 

Deze onderwerpen zijn de volgende:

  • persoonlijkheidsstoornissen
  • depressie
  • verslaving
  • psychotische stoornissen (OGGZ)
  • forensische psychiatrie
  • geschiedenis van de psychiatrie (Dolhuys)
  • acute psychiatrie, m.n. suïcide (1 ï)
  • onderlinge gedragsmodificatie
  • angststoornissen
  • ADHD en autistiforme stoornissen

Van deze onderwerpen hebben we de doelstellingen verfijnd. Met andere woorden: wat vinden we essentieel dat de huisarts in opleiding tijdens deze stage leert. Het kan en mag immers geen verkorte cursus inleiding in de psychiatrie worden. De toekomstige praktijk als huisarts moet centraal blijven staan. Dat betekent dat NHG-standaarden die van toepassing zijn, altijd een plaats zullen hebben. 

Onderlinge Gedragsmodificatie (OGM)

Het werk van een huisarts bestaat voor een aanzienlijk deel uit het aanhoren, inventariseren, analyseren en begeleiden van psychosociale (gedrags-)problemen. De cognitieve gedragstherapie biedt een gestructureerde methode om op professionele wijze dergelijke problemen in kaart te brengen en ‐indien gewenst‐ te interveniëren.
Een belangrijk doel van OGM is dan ook kennismaking met een aantal cognitief- gedragstherapeutische technieken. OGM biedt de mogelijkheid dit te ervaren vanuit de positie van de huisarts én de positie van de patiënt.