Euthanasie in de huisartsopleiding

In deze notitie wordt een positiebepaling ten aanzien van euthanasie in de huisartsopleiding geschetst en een aantal praktische regels geformuleerd. Aanleiding is de vraag van aios
en (stage)opleiders naar een standpunt van de opleidingsinstituten inzake de voorbereiding en uitvoering van euthanasie in de huisartsopleiding. In ruime mate is gebruik gemaakt van de gedachten die de hoofden van de huisartsopleidingen in een eerder stadium hierover op papier hebben gezet, en van de reacties van opleiders binnen ons eigen instituut. Andere aspecten van de terminale zorg, zoals palliatieve behandeling, blijven in deze notitie buiten beschouwing.


Formele aspecten

  • Iedere arts is bevoegd euthanasie uit te voeren.
  • De arts die de feitelijke handelingen die tot euthanasie leiden uitvoert, is persoonlijk verantwoordelijk en juridisch aansprakelijk voor de gehele procedure.
  • De (stage)opleider is mede verantwoordelijk en juridisch mede aansprakelijk voor het handelen van de aios, in die zin dat hij de taak als (stage)opleider adequaat moet vervullen en daarop kan worden aangesproken.
  • Bij euthanasie is dit a fortiori het geval, omdat hierbij een extra wettelijke toets achteraf bestaat: toetsing door de toetsingscommissie. Euthanasie is strafbaar tenzij uitgevoerd door een arts die aan alle wettelijke zorgvuldigheidseisen heeft voldaan. Indien aan de zorgvuldigheidseisen niet is voldaan wordt de zaak voorgelegd aan de Officier van Justitie. Op de website van KNMG vind je de informatie over de wettelijke zorgvuldigheidsregels en meldingsformulieren. Daarnaast is veel informatie te vinden op de website van de toetsingscommissies.
  • De betreffende eindterm voor de huisartsopleiding (A20) luidt: De aios is in staat om in reactie op een euthanasieverzoek, in samenspraak met de patiënt, tot een weloverwogen besluit te komen omtrent de uitvoering, en indien dat besluit positief uitvalt, de euthanasie procedure uit te voeren volgens de daarvoor geldende wettelijke regels. Hierna volgen nog specifieke eindtermen betreffende kennis en vaardigheden en aandachtspunten voor het onderwijs. Zie 'Competentieprofiel en eindtermen van de huisarts' op onze website.

Opleidingsaspecten

  • Op grond van bovenstaande achten wij het van primair belang dat de aios zich de dilemma’s rondom euthanasie realiseert, de eigen inzichten ten aanzien van euthanasie ontwikkelt, de juiste indicaties begrijpt, zich bewust is van de eigen weerstanden en weet hoe daarmee om te gaan.
  • De aios moet zich ook vrij voelen om te weigeren en weten hoe dan te handelen.

De (stage)opleider speelt hierbij een belangrijke rol. In de eerste plaats zal de (stage)opleider met de aios in een leergesprek het thema euthanasie met al zijn facetten bespreken, met name ook zijn eigen standpunt betreffende euthanasie en zijn eigen gevoelens en emoties. Ook zal hij bij de aios nagaan hoe die erover denkt, of hij al een eigen standpunt heeft en zich daarvan bewust is, en hoe de aios denkt over het voorbereiden, bijwonen en eventueel zelf uitvoeren van de euthanasie.

Indien de aios tijdens de opleiding te maken krijgt met een euthanasieverzoek, hanteren wij als opleiding het volgende standpunt: In het algemeen ligt het voor de hand dat de (stage)opleider zelf de euthanasie uitvoert, om de aios niet te belasten met mogelijke juridische implicaties en emotionele gevolgen.

Krijgt een aios te maken met een concreet euthanasieverzoek van een patiënt, dan is het denkbaar dat de aios (gezien het curriculum past dat het beste in opleidingsjaar 3) de
euthanasie met de (stage)opleider voorbereidt en zelf uitvoert, mits:

  • aan alle wettelijke voorschriften is voldaan;
  • (stage)opleider en aios samen nagaan of de patiënt echt om euthanasie door de aios vraagt;
  • (stage)opleider, aios en patiënt met de gang van zaken instemmen;
  • een SCEN-arts wordt geconsulteerd;
  • aios en (stage)opleider samen het euthanasieverzoek bespreken met de patiënt zelf, met de familie/omgeving van de patiënt en met de SCEN-arts;
  • (stage)opleider en aios beiden bij de euthanasie aanwezig zijn;
  • de aios na de euthanasie goed wordt begeleid door de (stage)opleider;
  • de (stage)opleider het ziekteverslag mede ondertekent en aanwezig is bij het nagesprek met de gemeentelijk lijkschouwer;
  • de aios de voorbereidingen en ervaringen inbrengt in de aiosgroep op de terugkomdag
  • de (stage)opleider ten allen tijde zelf bereid is de euthanasie uit te voeren.

Indien er een reden is om van bovengenoemd standpunt af te wijken, dient het hoofd van de opleiding hiervan te voren op de hoogte gesteld worden.

Vastgesteld in MT op 28 oktober 2013, herzien op 23 juli 2020
Carolien van Leeuwen, hoofd Huisartsopleiding UMCG