Onderzoek

Bijwerkingen in verpleeghuizen

  • Bijwerkingen van geneesmiddelen in verpleeghuizen

    Achtergrond

    Bij verpleeghuisbewoners is er vaak sprake van multimorbiditeit en polyfarmacie. Daarom zijn zij wat betreft het optreden van bijwerkingen waarschijnlijk niet vergelijkbaar met de jongere, relatief gezonde volwassenen die zijn geïncludeerd in de klinische studies voor markttoelating van geneesmiddelen. Het verkrijgen van informatie over bijwerkingen in de praktijk berust in eerste instantie op het melden hiervan door zorgverleners en patiënten bijvoorbeeld bij bijwerkingencentrum Lareb.

    Het aantal meldingen van bijwerkingen bij bewoners van verpleeghuizen is zeer beperkt. Dit terwijl kennis van bijwerkingen bij deze kwetsbare groep juist heel belangrijk is voor optimale farmacotherapie, en daarmee de kwaliteit van leven.

    Doelstelling

    Het doel van dit onderzoek is het ontwikkelen van een methode om de kennis over bijwerkingen bij verpleeghuisbewoners te vergroten en deze methode op haalbaarheid te toetsen. De verkregen kennis kan vervolgens worden gebruikt om de farmacotherapie van verpleeghuisbewoners te optimaliseren.

    Onderzoeksopzet

    De onderzoeksopzet is mede tot stand gekomen op basis van interviews met specialisten ouderengeneeskunde en zorgmedewerkers, o.a. via UNO-UMCG. Er zullen bijwerkingen verzameld worden van in totaal 50 bewoners van somatische of psychogeriatrische afdelingen van ca. 10 verpleeghuizen. Per verpleeghuis dat meewerkt aan het onderzoek wordt een aantal bewoners (naar keuze: 1-10) gedurende 6 maanden gevolgd. Wanneer een (vermoedelijke) bijwerking optreedt, wordt dit gemeld. Het verpleeghuis mag zelf kiezen hoe deze meldingen gedaan worden: direct aan bijwerkingencentrum Lareb, of via het invullen van een vragenlijst. De melding wordt gedaan door ofwel een “bijwerkingencoördinator” speciaal voor dit onderzoek aangewezen door de organisatie (bijvoorbeeld een arts/apotheker/verpleegkundige), ófwel de verzorging/verpleging, waarna de arts de bevindingen van deze medewerker(s) verifieert.

    Startdatum project

    1 oktober 2016

    Status van het project

    running

    Samenwerking

    UNO-UMCG

    Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

    Bijwerkingen centrum Lareb

    Financiering

    Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport als onderdeel van het Onderzoeksprogramma Geneesmiddelketen

    Meer weten?

    U kunt meewerken met een gehele zorginstelling, een verpleeghuis, of een specifieke afdeling. Elk verpleeghuis selecteert een aantal bewoners (naar keuze: 1-10) voor deelname. Dit kunnen bewoners zijn van één afdeling, maar zij mogen ook verspreid zijn over de organisatie. Het onderzoek vraagt om verhoogde alertheid voor bijwerkingen gedurende het onderzoek. We vragen u om vermoedens van potentieel nieuwe bijwerkingen te melden, maar ook kan het gaan om bijzondere aspecten van bekende afwijkingen, zoals de ernst, het beloop, of bijvoorbeeld het risico van het niet herkennen ervan in de praktijk: die bijwerkingen te melden waarvan u vindt dat uw collega’s en/of patiënten dit zouden moeten weten. Wanneer er een bijwerking is die gemeld moet worden kost dat naar schatting ongeveer ca. 15 minuten per keer.

    Mocht u interesse hebben om deel te nemen aan dit onderzoeksproject, dan kunt u zich aanmelden bij Tessa van der Maaden. Ook voor vragen of meer informatie kunt u bij haar terecht.  Tessa.van.der.maaden@rivm.nl – 030 2743256

    Projectgroep

    dr. Tessa van der Maaden, projectleider, RIVM

    dr. Marjolein Weda, RIVM

    dr. Susan Janssen, RIVM

    Annemarie Muller, Lareb

    prof. dr. Eugene van Puijenbroek, lareb  

    dr. Froukje Boersma, UMCG

    Contact

    Tessa van der Maaden (tessa.van.der.maaden@rivm.nl)